Terugblik | Wat je van conservatieve denkers kunt leren (ook als je het niet met ze eens bent)
In een nieuwe boekenclub in de Bibliotheek Utrecht bespreken hoogleraren en experts uit de Utrechtse praktijk conservatieve klassiekers. Op de eerste editie kwamen zo’n 35 bezoekers af om te luisteren naar het gedachtengoed van Charles Murray, kritische vragen te stellen én er wat van op te steken.
De wereld is vol meningen. In de bibliotheek staan die allemaal naast elkaar – letterlijk, in de boekenkasten, maar ook in de programmering. Tijdens haar events wil de bieb verschillende visies niet tegenover elkaar zetten, maar mensen de rust, ruimte en middelen bieden om zich breed te oriënteren en informeren. Zodat iedereen zich een eigen, gefundeerde mening kan vormen.
Ook de Universiteit van Humanistiek benadert vraagstukken vanuit verschillende invalshoeken. Het kan een verrijking zijn om voorbij de eigen intellectuele comfortzone kijken, vindt hoogleraar Menno Hurenkamp. Daarom organiseren hij samen met Deirdre Carasso, directeur van de Bibliotheek Utrecht, een boekenclubreeks waarin vijf hoogleraren steeds één conservatieve denker bespreken. ‘In onze programma’s gaat het vaak over thema’s die zijn aangedragen door mensen met een progressieve blik, zoals dekolonisatie en queerness. Daar zijn we blij mee, maar we willen ook ruimte geven aan een ander perspectief,’ zegt Carasso. ‘Wat zeggen conservatieve experts over bijvoorbeeld democratie en gemeenschapszin?’ Hurenkamp: ‘Niet dat je het daar dan vervolgens mee eens hoeft te zijn, maar als burger heb je wel de plicht om ook te luisteren naar de meningen van mensen die je zelf normaal gesproken niet snel tegenkomt.’
Perverse prikkels
Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar Grondslagen van het Maatschappelijk Werk, trapt de reeks af met het boek Losing Ground: American Social Policy, 1950–1980, van de Amerikaanse politicoloog en schrijver Charles Murray. Dit werk uit 1984 geldt als zeer invloedrijk in het debat over de Amerikaanse verzorgingsstaat. Murray betoogt erin dat de War on Poverty-programma’s die in de jaren 1960 werden ingevoerd – zoals inkomensondersteuning, welzijnsprogramma’s en uitkeringen – niet hielpen om armoede te verminderen, maar juist contraproductief werkten. Trappenburg: ‘Het waren “perverse prikkels”, volgens Murray: ze stimuleerden gedrag dat het probleem erger maakte. Want waarom zou je vanuit je bijstandsuitkering gaan werken als elke verdiende dollar loon meteen weer op die uitkering wordt gekort? Beter schafte de overheid die steun af, zodat mensen meer noodzaak voelden om werk te zoeken en iets terug te doen voor de gemeenschap.’
Dat ‘teruggeven’, je inspannen, hard werken: het kwam allemaal voort uit de ethiek van de jaren 50, waarin Murray rotsvast geloofde. Het waren deugden die een decennium later, met de opkomst van de verzorgingsstaat, in zijn ogen volledig verloren gingen. ‘Datzelfde gold voor het gezin als hoeksteen van de samenleving,’ vervolgt Trappenburg. ‘In bepaalde Amerikaanse uitkeringsprogramma’s hadden alleenstaande moeders meer recht op steun dan gezinnen, waardoor het financieel niet meer voordelig was om te trouwen.’ Ook al zo’n perverse prikkel, vond Murray, voor wie het huwelijk een heilig instituut was.
Weinig voeling
Dat sommige War on Poverty-prikkels averechts werkten, en bijvoorbeeld leidden tot armoedeval, daar had Murray een punt. ‘Volgens hem kwam dat mede voort uit de grote kloof tussen de mensen die het beleid maakten – de “elite” – en de mensen voor wie het bedoeld was,’ vertelt Trappenburg. ‘En Murray vond dat die elite weinig voeling had met de dagelijkse realiteit van de arme bevolking.’
Overheden dachten in rationele modellen en bedacht regels die er op papier logisch uitzagen, maar in de praktijk onbedoelde effecten hadden. En dat zie je nu nog steeds, constateert iemand in het publiek. ‘Ideeënloos beleid,’ noemt hij het. ‘Ook de Nederlandse regering kijkt altijd eerst of er budget is voor een probleem, in plaats van dat probleem eens goed te doorgronden. Misschien kunnen we dat van Murray leren: niet zomaar een regeling instellen, maar eerst onderliggende doelen formuleren.’
Geldstress
Rosa Snuverink van het Instituut voor Publieke Waarden kan zich daarin vinden. Als schuldhulpverlener ziet ze hoe mensen in financiële problemen komen. Vaak is er sprake van een opeenstapeling: geldstress leidt tot huisvestingsproblematiek en soms wordt ook jeugdzorg ingeschakeld. Waarschijnlijk zou Murray dit afschuiven op individuele verantwoordelijkheid – wat mensen met schulden volgens Snuverink ernstig tekortdoet. Maar, denkt ze, er valt er wel iets te zeggen voor zijn ‘klooftheorie’: het gat tussen zij die de regels bedenken en zij die er gebruik van maken. ‘Je kunt je afvragen of de overheid wel het goede doet met haar beleid. Bij het Instituut voor Publieke Waarden gaan we liever uit van de mensen zelf: wat hebben zíj́ nodig om uit de schulden te komen? We luisteren en zoeken vervolgens samen naar oplossingen.’
Liefdadigheid
Burgers betrekken bij oplossingen voor maatschappelijke problemen, het aantrekkelijker maken om te werken: dit deel van Murrays gedachtengoed is nauwelijks conservatief te noemen. Het geheel afschaffen van uitkeringen en andere sociale programma’s, zoals hij voorstond, is dat wel. Trappenburg: ‘Hij pleitte voor een zo klein mogelijke rol van de overheid, maar erkende tegelijkertijd dat kwetsbare groepen in de samenleving ook een goed bestaan moesten kunnen leiden. Liefdadigheid en burenhulp konden daarbij helpen. Maar vooral moesten mensen gestimuleerd worden om te werken, en het ontbreken van een vangnet beschouwde hij daarvoor het middel bij uitstek.’ Zijn visie kreeg steeds meer voet aan de grond, en in de jaren 80 en 90 werd de verzorgingsstaat sterk versoberd. Murray werkte zijn ideeën intussen verder uit, maar nuanceerde die ook enigszins. Hij ging vraagtekens stellen bij de meritocratie en de ‘gesloten bubbel’ van hoogopgeleide mensen die tot meer ongelijkheid in de samenleving leidde. Sociale problemen komen niet alleen door perverse prikkels die burgers arm houden, maar ook door onvermogen en onwetendheid, valt te lezen in zijn latere werk.
Kritisch kijken
Of je het nu wel of niet eens bent Murray, zijn werk dwingt in elk geval om kritischer te kijken naar de aannames achter beleid. Dat kan confronterend zijn, maar ook verfrissend – precies het idee achter deze boekenclubreeks. Medeorganisator Menno Hurenkamp hoopt dan ook dat bezoekers met een iets andere blik naar huis gaan. ‘Tien procent meningsverandering, daar doe ik het voor!’