Drie schrijfoefeningen om je levensverhaal te vangen

tools-voor-taal

Met deze drie schrijfoefeningen van Tools voor Taal kun je beginnen aan het opschrijven van je levensverhaal.

Museum van mij

Het verhaal van je leven zit vaak in kleine persoonlijke voorwerpen. Maak eens een museum van jezelf aan de hand van tien voorwerpen. Bedenk bij elk voorwerp een korte tekst. Let daarbij op een detail, een emotie, een keur, vorm of associatie. Per voorwerp maximaal 8 zinnen.

Zet de zinnen achterelkaar. Zit er een rode draad in jouw museum?

Schrijf een scène

  • Maak een lijstje van gebeurtenissen uit je kindertijd. Van een nieuwe jas, de logeerbeer tot een standje van de juf. Denk er niet te lang over na. Zet je stopwatch op één minuut.
  • Kies er een uit.
  • Bedenk dat je daar weer bent. Wat ruik je, proef je, voel je, hoor je, proef je en wat zie je? Welke emoties komen terug. Schrijf dit op in steekwoorden.
  • Beschrijf nu de scène in maximaal 300 woorden.

Deze oefening kun je eindeloos herhalen met allerlei gebeurtenissen uit je leven. Pik er elke keer een uit, let niet op de chronologie en schrijf elke scène op een nieuw blaadje of een nieuw document. Heb je tien of twintig scènes. Lees ze eens door, kijk of je verbanden ziet.

Schrijven bij een foto

Zoek een foto van jezelf met één ander iemand. Bekijk de foto en noteer: kleuren, vormen, voorwerpen, kleding, achtergrond en wat je nog meer ziet. Schrijf daarna in steekwoorden: wanneer was dit, waarom is de foto gemaakt, wat herinner je je nog, naam van de ander.

Schrijf nu een tekst waarin duidelijk wordt wat jullie verhouding was én in welke tijd dit zich afspeelde. Schrijf exact en specifiek, zodat de lezer/luisteraar zonder de foto te zien weet wat er zich afspeelt.


Annemarie en Trea van Tools voor Taal