Schrijftips volwassenen

Doe je mee aan onze zomerschrijfwedstrijd? Dan vind je hier hele goeie schrijftips.

Deze handige schrijftips krijg je van Tools voor taal

www.toolsvoortaal.nl

Op een beperkt aantal pagina’s een hele wereld neerzetten

 

— Manon Uphoff over de kracht van een kort verhaal

Beste schrijver,

Reizen is nieuwe werelden ontdekken.
Een nieuw landschap, andere gewoontes, klanken en geuren.
Je wordt verrast, je laat je meeslepen, je komt tot rust, je lijdt of je lacht.

Met schrijven is het niet anders.
Schrijven is net als reizen ook een avontuur. Een avontuur waarin je zelf een wereld schept en je lezer meesleept.

Ga op reis in je herinnering en fantasie en schrijf een kort reisverhaal van maximaal 1250 woorden. Dat kan een reis uit het verleden zijn, een reis ver weg, of misschien wel heel dichtbij. Of een fantasiereis. Een imaginaire reis. Zoals ‘Alice in Wonderland’, of ‘Reis om de wereld in 80 dagen.’

Verras je lezer. Laat hem in jouw verhaal tot rust komen, meelijden of meelachen.

Veel schrijfplezier!

Stuur je verhaal voor 25 augustus 2020 in met dit formulier

Gewoon beginnen!

Je kunt je verhaal op verschillende manieren beginnen.
Met een terugblik, een vooruitblik of midden in een actie in het nu.
Met een beschrijving van een landschap, een geur of observatie van een persoon.
Met een gedachte, herinnering, dialoog of een vraag.

Bekijk de voorbeelden uit romans en laat je inspireren.

  • Tip 1: Denk niet te lang na, begin gewoon. Dit wordt pas je eerste versie. Daarna ga je herschrijven: schrappen, omgooien en schaven.
  • Tip 2: Prik een zin uit een tijdschrift of krant en schrijf verder. Zet je kookwekker op tien minuten, denk niet na en ga schrijven.
  • Tip 3: Staar je niet blind op de perfecte beginzin. Deze kun je altijd schrijven als je verhaal klaar is. Dan zie je ook vaak dat je de eerste zinnen of alinea gewoon kunt schrappen, omdat je daar vaak nog veel te uitleggerig bent.


‘Een vliegtuig. Tegenwoordig is het een vliegtuig dat in mijn slaap tevoorschijn komt.’
Kader Abdollah - De reis van de lege flessen

‘De portier is een invalide.’
W.F. Hermans - Nooit meer slapen

‘Ik herinner me hoe ik midden in de beweging even stopte. Ik herinner me de geur van koffie, om precies te zijn de geur van het Arabische koffiepotje dat ik van mijn moeder heb geërfd, hoe het van binnen ruikt als het leeg is [...]’
Eugen Ruge - Nachtbus naar Andalusië

‘Waarvoor gaan mensen naar een voetbalwedstrijd? Oppervlakkig gezien is dit een domme vraag en niets kan zo de ergernis opwekken als het stellen van een domme vraag.’
Bob den Uyl - Er kon niets verkeerd gaan


Personages

Een kort verhaal heeft een beperkt aantal personages: je hoofdpersoon en hooguit twee of drie anderen. Dat wil zeggen: mensen die echt iets betekenen in het verhaal. Natuurlijk mag er best nog een losse een ober voorbijlopen of kan je hoofdpersoon een vrouw op de markt groeten.

Je hoofdpersoon is de drager van je verhaal en - heel belangrijk -, hij of zij wil iets.
Zonder wens of wil, heb je geen verhaal. Die wens kan groot of klein zijn: van de Mont Blanc beklimmen tot de hele dag in een hangmat bungelen. Van een knipoog opvangen van de buschauffeuse tot een zeldzame vogel spotten.

  • Tip 1: Maak een paspoort van je personage. Beschrijf lengte, haarkleur en andere uiterlijke kenmerken. Noteer zwakke en sterke kanten en eigenaardige karaktertrekken. Wat is de hobby van je hoofdpersoon? Wat is zijn of haar angst en wat raakt je personage? Waar kun je hem of haar ’s nachts wakker voor maken? Wat is de achtergrond van jouw personage?
  • Tip 2: Schrijf een paar korte scènes om je personage beter te leren kennen. Bijvoorbeeld: schrijf een dialoog tussen je personage en een zakkenroller of beschrijf hoe je personage zijn of haar rugzak of koffer inpakt. Zoom in op details en handelingen.

‘Hij had een snor, geen lullige zoals ik, maar een echte snor waar veel volwassen mannen jaloers op zouden zijn en die een gevierde olieworstelaar niet zou misstaan. De ruwe stoppels op zijn wangen maakten duidelijk dat deze jongen zich al een tijdje schoor.’
Murat Isik – Wees onzichtbaar

‘Er kwam een hotelgast via de brede houten trap naar beneden. Ik zou hem omschrijven als een forse, kalende man van de leeftijd waarop mannen het voor hun aantrekkingskracht op vrouwen meer van hun status en maatschappelijke positie moeten hebben dan van hun spiegelbeeld. Zijn bierbuik werd grotendeels maar niet volledig bedekt door een vaal, verwassen T-shirt. Zijn hoofd was dik en rood als en kreeft van de vakantie en alle daarbij behorende ergernissen. Hij droeg een sportief bedoelde plastic zonnebril met een touwtje en een bermuda met bloemetjesprint in opvallende kleuren, waaronder zijn melkwitte kuiten als volle varkensblazen opbolden.’
Ilja Leonard Pfeijffer - Grand Hotel Europa

 


Vanuit wie vertel je?

De verteller van het verhaal kan een ik zijn, een zij of hij. Je kunt een verhaal dus uit verschillende perspectieven vertellen, zelfs vanuit een voorwerp.

Vertel je vanuit een ‘ik’, dan zit de verteller dichter op je huid. Een zij- of hij-perspectief lijkt wat afstandelijker. Aan de andere kant kun je als verteller meer uitzoomen en meer beschrijven over personages, handelingen en plaatsen.

Er zijn meer vertelvormen dan ik, jij of hij, zoals de alwetende verteller of een verhaal vanuit de jij-vorm. Wil je daar meer over weten? Kijk dan op www.schrijvenonline.org

  • Tip 1: Heb je een stukje van je reisverhaal geschreven? Herschrijf het stukje in een ander perspectief en kijk wat het effect is.
  • Tip 2: Herschrijf een stukje tekst vanuit een voorwerp in de ruimte waar je hoofdpersoon is.

‘Het allereerste meisje op wie ik misselijk verliefd werd, heette Greteke en kwam uit het dorpje De Waal, op het eiland Texel.’
Kees van Kooten – Kleinzeehondje. Uit: Kees van Kooten - De Wadden, de mooiste verhalen over de zee en de eilanden

‘Hij glibberde over de bevroren modder en opende de achterklep. Terwijl hij tegen de bumper leunde, trok hij zijn bergschoenen aan. Op de parkeerplaats lagen een kapotte stoel en een plastic tractor zonder wielen.’
Sanneke van Hassel - Ezels

‘Je denkt dat het jou nooit zal gebeuren, dat het jou niet kán gebeuren, dat jij de enige op de wereld bent die geen van deze dingen ooit zal gebeuren, en dan beginnen ze je, een voor een, allemaal te gebeuren, net zoals ze ieder ander gebeuren.’
Paul Aster – Winterlogboek


Opbouw en spanning

Grofweg is dit de opbouw van een verhaal:

  • A Je hoofdpersoon wil iets, maar wordt daarin gedwarsboomd. Door iets, iemand of hem- of haarzelf. Zonder zo’n conflict of probleem, heb je geen verhaal.
  • B De hoofdpersoon probeert er iets aan te doen. Onderweg komt hij valkuilen en obstakels tegen. Het probleem is dus niet zomaar opgelost. Je hoofdpersoon wordt tegenwerkt door een ander, een situatie of door zichzelf. 
  • C De hoofdpersoon lost het probleem geheel of gedeeltelijk op of komt tot een inzicht.

Een verhaal bouw je op door spanning op te bouwen. Daarmee bedoelen we geen spanning zoals in een thriller, maar de noodzaak om door te lezen.
Hoe bouw je als schrijver die spanning op? Dat doe je door bij je lezer vragen op te roepen.
Wat is Pauline van plan? Zal iemand Shirley vinden die nu al drie dagen vermist is in de jungle? Hoe gaat Omar reageren op het voorstel van Amber? Wat rijst daar op uit zee?
Door vragen op te blijven roepen, wil je lezer weten hoe je verhaal verdergaat. Zo ‘sleep’ je hem door je verhaal.

  • Tip 1: Een tikkende klok kan helpen de spanning in je verhaal te verhogen. Als lezer vraag je je af: lukt het Bibi om de laatste boot te halen? Of lukt het Winston om op tijd bij zijn stervende tante te komen om informatie te krijgen over zijn overleden moeder?
  • Tip 2: Schrijf op post-its de gebeurtenissen en plak ze op je deur of muur.
  • Tip 3: Bij elke alinea en pagina die je schrijft bedenk je van tevoren: welke vraag wil ik hier beantwoorden. Het handige hieraan is dat het meteen houvast geeft bij het schrijven. Typ dus bovenaan elke alinea en vraag de vraag die je wilt beantwoorden. Later kun je de vraag deleten.

‘Nog een dag gaat voorbij. De honger maakt me duizelig en misselijk en heet en koud tegelijk. Mijn tong plakt aan mijn gehemelte. Is dit het dan? Af en toe val ik weg. Nee, Ava, zeg ik tegen mezelf, niet doen, kom op, blijf hier.’
Pauline Genee – Roadblock

‘Het gebeurde op het grote eiland, de avond voor ze met de veerdienst zouden worden overgezet. Ze logeerden in een kale kamer zonder uitzicht, het was maar voor één nacht.’
Het ontbijtbuffet – In: Het ontbijtbuffet van H.M. van den Brink

‘We rijden zwijgend naar het ziekenhuis. Ellen zit achter het stuur, ik tel de strepen op de weg. De weg is vol auto’s op oorlogspad. Ellen rijdt eerst te hard, dan te langzaam. Ze geeft geen richting aan. Ik zeg niks.’
Karel Glastra van Loon – De passievrucht


De kracht van details

Specifiek voor een kort reisverhaal zijn details belangrijk om snel een sfeer of beeld op te roepen. Denk aan geuren, kleuren en smaken. Maar ook aan de woorden die je kiest.
Beschrijf handelingen, plaatsen en personages beeldend. Kies passende bijvoeglijke naamwoorden. Welke woorden je kiest, hangt af van het effect dat je wilt oproepen. Wordt het een melancholisch, romantisch of ironisch verhaal? Vergelijk deze zinnen:

  • De oude man liep over het marktplein naar de oude put.
  • De tandeloze visser strompelde langs de verlaten viskraam naar de afgebrokkelde put.
  • In een speeltuintje draaide een meisje rondjes in een roze balletpakje.
  • Tussen een schommel en een verroeste wipkip deed een meisje in een hysterisch roze balletpakje of ze een prima-ballerina was.

Een ander bekend schrijfadvies is: show, don’t tell. Dus niet: Aan de kade stond een leuk restaurantje. Hoezo leuk? Je kunt het ook zo opschrijven: Bij de gedachte aan de verse sardines en de flauwe grappen van de ober, voelde ik een enorme honger opkomen.

  • Tip 1: Overdrijf niet met beeldend schrijven: doseer en varieer. Anders wordt het vermoeiend je verhaal te lezen. Niet elke handeling hoeft beeldend te zijn. Met een woord als lopen is niets mis. Wissel specifieke woorden af met algemene woorden, dat leest het prettigst.
  • Tip 2: Een andere manier om beeldend te schrijven is dialogen te gebruiken. De manier waarop personages met elkaar praten, de dingen die ze zeggen of juist niet zeggen kunnen je verhaal versterken, zonder dat je veel uit hoeft te leggen.

‘Rond half november was het dal van Grana verzengd door droogte en vorst. Het had de kleur van oker, van zand, van terracotta, alsof er op de weilanden brand had gewoed.’
Paolo Cognetti - De acht bergen

‘Dan wurmen we ons weer de stegen van de stad in.’
Stefan Brijs - Andalusisch logboek

‘De markt, omdat ik er de ziel ruik van de aarde, van de huid van de mensen, en de vruchten van hun arbeid, in een verdovend mengsel van heerlijke en afschuwelijke geuren zoals citronella, rauw of geroosterd vet, grof geknipte koriander, poep van gevangen vogels [...]’
Philippe Claudel - Geuren


De kracht van een goede titel

Een titel moet verrassen en opvallen. Een titel mag niet te veel weggeven, maar kan wel een tipje van de sluier oplichten.

Zeven manieren om een titel voor je reisverhaal te bedenken.

  1. Naam van het hoofdpersonage
    Eline Vere (Louis Couperus), Effi Briest (Theodor Fontane), Madame Bovary (Gustave Flaubert), Anna Karenina (Tolstoi)
  2. Cryptische omschrijving
    Schipbreuk in het paradijs (Wilbert van Haneghem), Het brilletje van Tjechov (Michel Krielaars)
  3. Locatie
    Eilanden (Boudewijn Büch), Tussen Orinoco en de Amazone (Redmond O’Hanlon), Het bed (Georges Perec)
  4. Alliteratie
    Bittere bloemen (Jeroen Brouwers), Mooie motorverhalen (Jos Lammers)
  5. De centrale gebeurtenis
    Verre reizen (Carolijn Visser), Plattegrond van een jeugd (Wanda Reisel), Zeeverhalen (J.M.A. Biesheuvel)
  6. Eén kort woord
    Ezels (Sanneke van Hassel), Grip (Stephan Enter)
  7. Een mededeling / zin
    Bericht aan de reizigers (Cees Buddingh’), De wereld een reiziger (Cees Nooteboom), Reis om de wereld in 80 dagen (Jules Verne)
  • Tip 1 Kies eerst een werktitel. Pas als je verhaal af is, bedenk je een definitieve titel.
  • Tip 2 Probeer verschillende titels uit. Verschuift het accent van je verhaal als de titel anders wordt?

 


Puntjes op de i

Je eerste versie is af. Tijd voor de tweede! Schrappen, omgooien en schaven maar.

Schrijven is schrappen, is de titel van een boek geschreven door Godfried Bomans. Op een humorvolle manier neemt hij de lezer mee in de kunst van het schrijven. Schrappen hoort daar zeker bij. Schrap alle woorden die je net zo goed kunt weglaten. Dat zijn kleine woorden als ‘nog’, ‘maar’, ‘even’ en ‘ook’.

Hoe zit het met je bijvoeglijke naamwoorden? Voegen ze iets toe of kun je ze ook weglaten of specifieker omschrijven?

Hetzelfde geldt voor zinnen, alinea’s en soms hele bladzijden. Voegen ze echt wat toe aan je verhaal? Dat wil zeggen: hebben ze te maken met je conflict en ontwikkeling? Of geven ze informatie over jou en andere belangrijke personen in je verhaal? Is dat niet zo, schrap dan.

Zie je verhaal als een muziekstuk: dat ligt prettig in het gehoor als de compositie, melodie, het ritme en de tonen met elkaar in overeenstemming zijn. Bij de klanken, woorden, zinnen en opzet van je verhaal werkt dat ook zo. Of je zinnen lekker lopen en lezen, kun je het best uitproberen door ze hardop voor te lezen. Aan een ander of aan jezelf. Luister goed of je zinnen vloeiend en prettig lopen. Zet streepjes waar je nog iets wilt veranderen. Check waar:
- je struikelt over een woord, zinsdeel of zin.
- de zinnen kabbelen of te lang zijn.
- het tempo te gejaagd of juist te langzaam is.
- je de aandacht verliest.

Vraag je toehoorder ook waar de tekst hem of haar raakt. Merk je dat je tekst hier en daar nog stroef is of te weinig sprekend? Dan kun je gaan schrappen en herschrijven. Aanpassingen kun je doen door te variëren in zinslengte. En door beschrijvingen en dialogen af te wisselen en hier en daar te versnellen en vertragen. Je kunt je zinnen sprekender maken door beeldend en specifiek te schrijven.

  • Tip 1: Zorg voor een leesbaar document en een ruime bladspiegel.
  • Tip 2: Gebruik je dialogen: zet de woorden van de volgende spreker dan op een nieuwe regel. 

Tip:

Ga naar een schrijfworkshop. Dan kun je nog beter leren schrijven en inspiratie opdoen.

  • Schrijfcafé

    Vind tijdens Open Monumentendag schrijfinspiratie in het markante gebouw van bieb Neude. Aan de hand van opdrachten van Tools voor Taal ontdek je de bouwstenen van een gedicht en verhaal en speel je net...

    Van 10:30 tot 12:30

    Bibliotheek Neude - Postzaal 2 en 3

    za 12 sep

  • Schrijfcafé: Zomereditie

    Kom deze zomer schrijven over reizen. Tools voor taal daagt je uit om schrijfmeters te maken. Schrijven is uitproberen, experimenteren en nieuwe stijlen ontdekken. Verras jezelf en ontdek dat ook jij schrijftalent...

    Van 10:30 tot 12:30

    Bibliotheek Neude - Postzaal 2 en 3

    za 22 aug

Mooie boeken om te lezen en schrijfinspiratie uit te halen