Boekenspektakel | Laat je inspireren door de verhalen van andere schrijvers

Laat je inspireren door de verhalen van andere schrijvers

Deze schrijvers hebben hun novelle, dichtbundel of roman bijna klaar. Laat je inspireren door hun verhalen. Is jouw boek klaar voor de Bieb? 

'Mijn boek kan hier een nieuwe reis afleggen' - Ramona

‘Mijn bundel heet Een aanrechtblad is om op te zitten en beschrijft het verlies van een prille zwangerschap. Het bevat korte verhalen, gedichten en bespiegelingen. Hoe je eerst niet weet hoe te rouwen en later de rouw toe kan laten. Mijn boek kan hier een nieuwe reis afleggen.'

‘Ik heb het zelf geschreven, getekend en vormgegeven’ - Wende

‘Mijn boekje De Rode Draad is een poëtisch-woordenboekje. Het bestaat uit het alfabet. Elke letter heeft een woord met een poëtische betekenis. Zoals "Frisbeeën: het bewijs dat ronddraaien ook helpt om vooruit te komen." De uitspraken zijn geïnspireerd op Loesje en Omdenken. Ook heb ik er supersimpele tekeningen bij gemaakt.'

‘Schrijven als uitlaatklep’ - Dave

‘Mijn dichtbundel heet Tussen tranen en tieten. Ik heb altijd wel iets met taal en tekst gehad, maar heb een tijd last gehad van depressies. Nu dat voorbij is schrijf en dicht ik veel meer. Het is een uitlaatklep. Hoe meer ik creatief bezig ben hoe gelukkiger ik ben. En ik ben blij dat andere mensen er positief op reageren.

'Ik hoop dat een lezer zich straks herkent in een gedicht van mij'

Safiya schreef een dichtbundel:

Mijn dichtbundel heet Plassen met de deur open. Veel van de gedichten gaan over liefde en geluk en ongemakken die we ervaren. Ik denk dat ik romantisch ben aangelegd, ik ben ook trouwambtenaar. Toen Jouw boek in de Bieb voorbijkwam dacht ik, dit is mijn kans! Het zet je in de actiestand en is laagdrempelig. Ik ben niet de nieuwe Toon Tellegen, maar nu komt mijn dichtbundel wel gewoon in de bibliotheek te liggen! Ik hoop dat een lezer zich straks herkent in een gedicht van mij. Dat er op die manier een kleine connectie ontstaat met iemand die ik niet ken, zonder dat ik het weet.'

‘Great that books in any language are welcome’

Claire shares her urban romantasy novella:

‘There’s so many people with stories just laying around. The fact that we will have a library full of unpublished books, for all these stories, is absolutely amazing. And it’s great that books in any language are welcome. What I love is that this library is such a good community center for Utrecht. My novel is called Forget-me-not. The protagonist contracts a fictional disease called Hanahaki, otherwise known as the ‘Flower sickness’. The disease is a flower that grows in your lungs and it happens when there’s unrequited love in your life. Writing is just so much fun. For me it’s an entrance into other worlds.’ 

‘Een plek waar je werk een podium krijgt’

Tiemen schrijft zijn novelle:

Tiemen schrijft zijn novelle:‘Geef de dag een naam is een coming of age verhaal over een jonge student, een einzelgänger. Hij ontmoet een meisje op wie hij verliefd wordt en die hem uit zijn isolement trekt. Het verhaal speelt zich af op één dag. Ik vind het mooi om een wereld op te tuigen en daarin te verblijven. Ik kan helemaal verdwijnen in verhalen. Het is super moeilijk om als beginnend schrijver een manuscript gepubliceerd te krijgen. De lat ligt hoog. Dit is een plek waar je werk toch een podium krijgt. En niet alleen voor het kleine groepje schrijvers dat kan publiceren.’

‘Ik heb een heel gek boek geschreven met veel grappen.’ - Alex

‘Alles komt uit mijn fantasie. Het boek heet Ululululu. Dat is een land waar iets heel geks aan de hand is. Als je wil weten wat dat gekke is dan moet je het boek lezen.’

‘Al mijn klasgenoten komen erin voor!’ - Louise

'Het is natuurlijk niet waargebeurd maar het is wel geïnspireerd op mijn klas. Ik ben nu met deel twee bezig’.

‘Dit is het moment, ik ga het nu gewoon doen.’ - Fleur

'Dit boek bundelt al mijn passies, fotografie, schrijven, vormgeven en het leren begrijpen van de wereld, mezelf en de mensen om me heen.'

'Belangrijk dat kennis verder komt dan de academische wereld’

Sabine schreef een proefschrift:

‘Mijn proefschrift gaat over de beeldvorming van Spanjaarden in literatuur rond 1554-1621. In deze periode vond de Tachtigjarige Oorlog plaats. Nederlanders vochten tegen de Spanjaarden. Ze werden afgebeeld als bloeddorstige soldaten. Maar er waren ook positieve beelden van dappere Spaanse ridders en wijze koningen. En de toneelstukken van Félix Lope de Vega waren op een gegeven moment populairder dan die van Joost van den Vondel.Ik vind het belangrijk dat kennis verder komt dan de academische wereld. Doordat mijn proefschrift op deze openbare plek ligt hoop ik dat dat gebeurt. En: wie schrijft die blijft. Het is een manier om je stem te laten horen.’

'Een stem in mijn hoofd zei dat ik geen schrijver was. Maar het is me toch gelukt.'

Saïd schreef zijn levensverhaal:

“Ik ben best zenuwachtig, mijn boek staat al vijf jaar thuis en straks kan iedereen het lezen! Het heet Droom en schip en is het verhaal van mijn vriend en mij. Wij komen uit het Rifgebergte in Noord-Marokko. Als elfjarigen gingen we altijd naar de haven om naar de boten te kijken. We fantaseerden dan dat wij ooit op die boot naar Europa zouden gaan. Op mijn 28e kwam die droom uit. Toen dacht ik, waarom ga ik geen boek schrijven over mijn levensverhaal? Een stem in mijn hoofd zei dat ik geen schrijver was. Maar het is me toch gelukt. Het is in klassiek Arabisch geschreven. Mijn droom is dat iemand de verhalen vertaalt naar Nederlands.”

'Met schrijven zoek ik verbinding’

Oma Inneke en Fleur delen hun dichtbundel:

‘Ik schrijf veel sinds ik een computer heb. Vroeger niet, toen zette ik de letters altijd verkeerd om neer. Op de computer kan ik het gewoon opnieuw typen. Mijn dichtbundel heet Gouden Glinsteringen, kleindochter Fleur maakte schilderingen voor de kaft. Ik schrijf alledaagse en spirituele stukken over het leven. De aarde is zo mooi, en wij verfrommelen het! Met schrijven zoek ik verbinding. Ik hou van boeken. Je leert dat mensen het ook anders zien. Dan krijg je verdraagzaamheid. Ik ben opgegroeid in Utrecht, ging altijd met mijn opa mee postzegels kopen in het oude postkantoor. Ik vond het toen al zo’n mooi pand. En dan ligt daar straks mijn boek… Enig!’